Antwoorden op 10 misverstanden ten aanzien van de WMO

De Eerste Kamer stemde 9 juli jl. in met de nieuwe Wmo 2015. Hiermee is de nieuwe wet een feit. De stemming volgde na een constructief debat met staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) en minister Plasterk (BZK). Het doel van de wet is het mogelijk maken voor mensen om langer thuis te kunnen blijven wonen en te participeren met ondersteuning van de gemeente.

De Wmo 2015 treedt 1 januari 2015 in werking. Gemeenten krijgen hiervoor 3,6 miljard euro extra. De totale korting op de Wmo 2015 bedraagt 0,7 miljard euro. Deze wet draagt er ook aan bij dat de langdurige zorg betaalbaar blijft.

In het document Misverstanden WMO 2015 geeft het ministerie van VWS opheldering ten aanzien van de 10 meest voorkomende misverstanden ten aanzien van de WMO:

  1. “Als ik veel inkomen of vermogen heb, krijg ik geen maatschappelijke ondersteuning.”
  2. “Kinderen, vrienden en buren worden verplicht mij te helpen.”
  3. “Ik verlies mijn rechtszekerheid en word overgeleverd aan de willekeur van gemeenten.”
  4. “Als het geld bij de gemeente op is, krijg ik geen ondersteuning meer.”
  5. “Mijn gespecialiseerde dagbesteding wordt wegbezuinigd en de gemeente zal mij afschepen met een algemene voorziening, zoals een activiteit in het buurthuis.”
  6. “Gemeenteambtenaren hebben te weinig kennis van de zorg om te bepalen wat ik nodig heb.”
  7. “Ik zal moeten vertrekken uit mijn verzorgingstehuis en weer zelfstandig thuis moeten gaan wonen.”
  8. “Het is afhankelijk van de goede bui van de Wmo-consulent of ik de hulp krijg die ik nodig heb.”
  9. “De gemeente mag mijn persoonsgebonden budget (pgb) afpakken.”
  10. “Gemeenten krijgen de beschikking over mijn medische dossier.”