Rookbeleid GGZ, van samen roken naar samen stoppen

Ontwikkel een algemeen geldend rookbeleid voor de GGZ-sector. Dat is de belangrijkste aanbeveling uit het rapport ‘Rookbeleid in de GGZ: een verkenning van beleid en praktijk tijdens verblijf in geïntegreerde GGZ-instellingen, verslavingszorginstellingen en RIBW’s’.

Het rapport van het Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging is onlangs aangeboden aan Angelique Berg, directeur-generaal Volksgezondheid van het ministerie van VWS. Hoewel roken een van der belangrijkste oorzaken is van vroegtijdige sterfte en cliënten er wel voor open staan, is er weinig aandacht voor stoppen met roken in de sector.

Dat er in de algemene bevolking steeds minder rokers zijn en in de GGZ verhoudingsgewijs steeds meer, is een extra reden om stoppen met roken meer onderdeel te maken van het zorgbeleid, vinden de onderzoekers. Zo rookt 60 procent van mensen met schizofrenie, terwijl de algemene bevolking rond de 20 procent dagelijks rokers telt. Daar komt nog bij dat de werking van veel voorgeschreven medicijnen negatief beïnvloedt wordt door het roken.

Reden waarom het stoppen niet wordt besproken, is dat het roken wordt vergoelijkt (“Moeten we hen dit ook nog afnemen?”) en het gezamenlijk roken van medewerkers met hun cliënten door hen soms als ondersteunend in het contact wordt gezien. Stopondersteuning heeft bij de meeste instelling dan ook weinig prioriteit. Veel instellingen voeren wel een rookbeleid, maar de inhoud varieert sterk tussen de instelling, er is geen centrale regie op het rookbeleid in de GGZ.

Achtergronden onderzoek

Voor het onderzoek naar rookbeleid in de GGZ zijn ruim 600 medewerkers van 61 instellingen ondervraagd. Bijna de helft van de onderzochte zorgverleners in de GGZ heeft nog nooit cliënten ondersteund met stoppen met roken. Tegelijkertijd geeft 73% van de ondervraagde medewerkers aan het bieden van deze ondersteuning wel belangrijk te vinden. Een tweede aanbeveling is dan ook, om de kennis en vaardigheden van medewerkers rond (stoppen met) roken te verhogen. Maar ook cliënten actief voorlichten, de bekendheid van beschikbare interventies vergroten en de effectiviteit beter onderbouwen zouden bij kunnen dragen aan mindere rokers in de ggz. ‘Van samen roken naar samen stoppen’ zou daarbij het motto kunnen zijn.

Bron: Trimbos